1 april


1 april 1.0

(feesten, herdenkingen en evenementen)

dag waarop mensen elkaar in de maling nemen en goedmoedige grappen met elkaar uithalen

Algemene voorbeelden


Vroeger hadden we Candid Camera, waar mensen tien minuten voor de gek werden gehouden, nu lachen we tien weken met hen. 'Uitlachtelevisie is een nieuwe trend, maar het principe kennen we al veel langer. We hebben zelfs een nationale dag om mensen beet te nemen: één april', zegt professor Gust De Meyer.

De Morgen,

We vielen tegen elkaar aan en gilden '1 april, 1 april!' en stelden ons het verschrikte gezicht van onze vader en onze moeder en Memee voor, en spraken af dat we nog een paar 1 aprillen in het jaar moesten uitvinden. Een 3 mei , of pakweg een 21 juni.

Broere, Bart Moeyaert,

Woordfamilie


Als linkerlid in samenstellingen en samenkoppelingen


1 april 2.0

(feesten, herdenkingen en evenementen)

uitroep waarmee men te kennen geeft dat men iemand gefopt heeft op 1 april, de dag waarop traditioneel grappen uitgehaald worden

Algemene voorbeelden


Mijn ene broer zei dat onze vader zijn bestelling niet zelf kon komen halen, omdat we zijn veters aan elkaar hadden geknoopt. Hij grinnikte, '1 april, 1 april!'

Broere, Bart Moeyaert,

We vielen tegen elkaar aan en gilden '1 april, 1 april!' en stelden ons het verschrikte gezicht van onze vader en onze moeder en Memee voor, en spraken af dat we nog een paar 1 aprillen in het jaar moesten uitvinden. Een 3 mei , of pakweg een 21 juni.

Broere, Bart Moeyaert,

Even nog denken wie ik een poets zal bakken. De kinderen? Neen, die roepen wel de hele dag door: '1 april, aprilvis, gefopt', maar in feite begrijpen ze er nog niets van.

Die kleine dingen, Helene Hemelaers,

Vaste verbindingen